Mijn winkelwagen

Sluiten

SOEPEL DE HEUVELS OP, DAT DOE JE ZO!

Gepubliceerd op 16 april 2019

De kasseienklassiekers zitten erop. Met Parijs-Roubaix werd afgelopen zondag de laatste echte kasseienklassiekers gereden. Nu is het tijd voor de heuvels. De komende weken staan bijvoorbeeld de Amstel Gold Race en Luik-Bastenaken-Luik op het programma. Rij jij binnenkort een toertocht van een van de heuvelklassiekers? Check dan deze tips zodat jij soepel de heuvels over komt!

In Nederland is de kans groot dat je trainingsrit vlak is, met misschien af en toe een viaduct waar de weg een klein stukje omhoog loopt. In Zuid-Limburg, of de Belgische Ardennen is dat wel anders. Er komen dus een aantal dingen bij kijken die je niet gewend bent. De klimmen zijn geen alpencols van tien kilometer, maar je moet toch zeker wel je best doen om boven te komen. Wat de klimmetjes berucht maakt is vooral het stijgingspercentage. Percentages van dik boven de 10 procent zijn niet zeldzaam in dit gebied. Het is dus niet de lengte, maar de helling die het moeilijk maakt.

Materiaal

Goed materiaal is ontzettend belangrijk voor elke rit. Voor bepaalde ritten heb je ander materiaal nodig dan normaal. In heuvelritten kom je met je gewone wegfiets meestal wel een heel eind. Waar je wel even op moet letten zijn de verzetten die je op je fiets hebt liggen. Tijdens vlakke ritten rijd je meestal op een groot verzet. Voor een klim, zeker zo’n steile, heb je veel kleinere verzetten nodig om de pedalen goed rond te kunnen blijven draaien. Een cadans van rond de 80-90 is optimaal. Bij minder dan 60 pedaalslagen per minuut wordt het problematisch, en zal je waarschijnlijk moeite hebben om boven te komen. Met een kleiner verzet kun je zorgen voor een hogere cadans, dus op een klim is het belangrijk om een klein verzet te hebben. Als je normaal gesproken alleen maar op vlak terrein rijdt heb je waarschijnlijk ongeveer een 38 (38 tanden) als kleinste voorblad. Voor zware beklimmingen is een 34, of zelfs kleiner aan te raden. Ook je cassette moet je misschien aanpassen. De Ardennenklimmen kom je met een 28 achterblad, in combinatie met een klein voorblad waarschijnlijk (relatief) makkelijk op. Dit is dus als richtlijn aan te raden.  

Het is ook belangrijk om een zo licht mogelijke fiets te hebben. Bij een vlakke rit richt je je vooral op aerodynamica. Dit is bij een klim veel minder belangrijk, omdat de snelheid een stuk lager ligt. Goede aerodynamica zorgt vaak voor meer gewicht, denk aan aero-wielen of een ligstuur. Tijdens een klim heb je hier niks aan en is het alleen maar extra ballast. Probeer je fiets dus zo licht mogelijk te houden.

Techniek

Goed materiaal is een goede basis, maar brengt je nog niet naar de finish. Uiteindelijk moet jij als renner de fiets de heuvels op trekken. Probeer voor de klim al het juiste verzet te  kiezen, schakel dan in aanloop naar het steilste stuk al terug terwijl je nog snelheid hebt zodat je de spanning een beetje van je ketting af kan halen tijdens het schakelen. Hou op de klim een goed ritme, waarbij je je pedalen goed rond blijft draaien. Als je een lange tocht rijdt is het verstandig om eenmaal boven aangekomen even hetzelfde ritme vast te houden. Schakel niet gelijk door om volle bak de afdaling in te gaan maar zorg dat je eerst even op adem komt.

Door deze tips is geen klim te lang en doen de stijgingspercentages jou niks meer. Je bent er klaar voor!